De grote woordenschatonderwijsquiz

Quizvragen voor 'Woordenschatonderwijs'
Beschikbaar vanaf: 04-07-2012
Laatst gespeeld op: 25-06-2018
Welke bewering over woordenschatonderwijs is onjuist? opzoeken
Werken aan woordenschat is werken aan schoolsucces en vergroot de kansen van kinderen.
De methode voldoet aan de kerndoelen en dat is voor woordenschat voldoende.
Het vergroten van de woordenschat gaat niet vanzelf en moet expliciet worden aangeboden.
Dagelijkse,routinematige aandacht voor woordenschat is fundamenteel.
Als leerlingen de sleutelwoorden van de les niet kennen, missen ze een groot deel van de lesinhoud.
Hoe leren kinderen woorden? opzoeken
Door te categoriseren en het opbouwen van een netwerk.
Door labelen, categoriseren + betekenisuitbreiding en netwerkopbouw.
Door te luisteren en te kijken.
Door te luisteren, te kijken en te spreken.
Door de lessen van de methode.
Als de leerkracht binnenkomt met: "O,o ik heb hier zo'n pijn, net als de rups in het boek dat ik heb meegebracht", bij welke fase hoort dit dan? opzoeken
Voorbewerken
Controleren
Selecteren
Consolideren
Semantiseren
Bij welke fase hoort de vraag van de leerkracht: "Wie weet nog wat buikpijn is?" opzoeken
Consolideren
Controleren
Voorbewerken
Selecteren
Semantiseren
Een woordparachute, woordkast, woordtrap en een woordweb zijn goed te gebruiken bij woordenschatverwerving. Is deze bewering juist of onjuist? opzoeken
Deze bewering is niet juist.
Deze bewering is juist.
Waar staan de 3 uitjes voor? opzoeken
UITbeelden, UITleggen, UITbeelden
UITbeelden, UITleggen en UITbreiden
UITleggen, UITbeelden, UITbreiden
UITbeelden, UITbreiden, UITzetten
UITkijken, UITleggen, UITbreiden.
De viertakt is de enige effectieve aanpak als het gaat om woordenschatuitbreiding. Is deze bewering juist? opzoeken
Nee, deze bewering is onjuist.
Deze bewering is juist.
Hoe werk je als leerkracht aan systematische woordenschatopbouw? opzoeken
Woordselectie, semantiseren, consolideren, controleren.
Semantiseren, voorbewerken, de 3 uitjes, controleren
Voorbewerken, consolideren, semantiseren, controleren.
Voorbewerken, semantiseren, de 3 uitjes, controleren.
Woordselectie, voorbewerken, semantiseren, consolideren, controleren.
De leerkracht legt haar hand op de buik "Als je buikpijn hebt, dan doet het hier zeer en heb je pijn in je buik. Gisteren heb ik veel te veel gegeten en nu heb ik buikpijn hier." Bij welke fase hoort dit? opzoeken
Consolideren
Controleren
Selecteren
Voorbewerken
Semantiseren
De leerkracht leest het boek voor en vraagt of de kinderen kunnen laten zien dat ze buikpijn hebben. Ze wrijven over hun buik en zeggen: "o, wat heb ik een buikpijn". Bij welke fase hoort dit? opzoeken
Controleren
Voorbewerken
Consolideren
Semantiseren
Selecteren