De grote werkwoorden vervoegen quiz

Quizvragen voor 'Werkwoorden vervoegen'

Beschikbaar vanaf: 22-07-2008
Laatst gespeeld op: 22-07-2019
Vul in: Ik heb gisteren ... . (sms'en, voltooid tegenwoordige tijd) opzoeken
gesms't
ge-sms't
ge-smst
ge-sms't
gesmst
Vul in: Julia ... uren op de bus, maar ze kwam niet opdagen. (wachten, onvoltooid verleden tijd) opzoeken
wachtete
wachtte
wachte
wiecht
wocht
Vul in: Zij ... alles ... . (weggeven, onvoltooid verleden tijd) opzoeken
geven ... weg
Gaven ... weg
hebben ... weggegeven
zullen ... weggeven
geefden ... weg
Vul in: Nadat ze alles had ..., ... ze het in de kast. (strijken, voltooid deelwoord; leggen, onvoltooid verleden tijd) opzoeken
gestreken, legt
gestrijkt, legde
gestreken, legde
gestrijkt, legt
Vul in: Jelle ... het geld naar de bank. (brengen, onvoltooid verleden tijd) opzoeken
brachtte
brengde
brengt
bracht
Vul in: Bert ... over een uitstekende wortel. (vallen, onvoltooid verleden tijd) opzoeken
valde
was gevallen
valt
viel
Vul in: Hij ... zijn ticketje al ... . (wegwerpen, voltooid verleden tijd) opzoeken
wierp ... weg
had ... weggegooid
had ... weggewerpt
had ... weggeworpen
Vul in: Omdat hij niet ... wat een palindroom is, ... hij het nu even. (weten, onvoltooid verleden tijd; googelen, onvoltooid tegenwoordige tijd) opzoeken
weet ... googelet
weet ... googelt
wist ... googelt
wist ... googeled
wist .... googeld
Vul in: Joke en Fred ... een club voor fietsers. (stichten, onvoltooid verleden tijd) opzoeken
stichtte
stichtten
stochten
stichte
stichten
Vul in: Hij ... nog om, maar het was al te laat. (kijken, onvoltooid verleden tijd) opzoeken
kijkt
keek
kiekte
zag
kijkte